Dit gevonden droomhart, klopt zacht
nog verder een stukje van de tijd.
Moedig zijn zij, die als sjamanen in de
nacht zonder angst, leven voor het onbekende.
Verder respijt is er niet gegeven, want de
vlammen verteren het hout, we worden oud.
Steeds meer en meer, neigen onze botten naar
de grond en kunnen we dat moeilijk verkroppen.
Als alles stil geworden is in het land, feesten de
doden, waren ze rond in de treurende geesten der
zwijgenden. Donkere wolken pakken zich samen
verbergen onze harten, die leven van licht voor
elkaar en worden we doorzichtig en zijn we slechts
mist, vlak voor het rijzen van de morgenzon.
Fré 20/11/95
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

No comments:
Post a Comment