Sunday, February 1, 2026

Het was alsof de wereld pas begon,
na midden in de vulkaan staande,
rotsen te werpen naar de oude, valse
wegen en plekken. Vertrouwd maar te
doods voor de wind. Zich afvragen
wat daar gebeurde ging niet, evenmin
achter de reden te zoeken.

Maar nu valt het blok neer,
op de ouden, die weten en lachen.
Omdat begrip hen door de jongen gegeven
wordt. En zij ploegen en werken verder
aan het verleden.

Verleiding en smeken naar de kracht,
dansen van harten, smart der levenden.
In de gouden wereld van de stokken
en twijgen, kroont het jonge groene blad
de zon tegemoet.

Daar komt uit het woud, degene zonder naam,
met duizend verschillende gezichten versmolten
tot een glimlachend gelaat, en in zijn blik
liggen de sterren en de nacht waarin ze hun baan
gaan, besloten.

En zij die op koude winteravond, voor gloeiend
vuur zaten, spreken over wat achter hen ligt
tegen hen die op de lente en zomer wachten.

Zo danst en kolkt de wereld zonder tijd, verder
in een universum van levens, om te vergeten wat
lijden is, naar voleinding en begin.

Fré '93

No comments:

Post a Comment